WAB: oproepkrachten en min-maxers in 2020

WAB: oproepkrachten en min-maxers in 2020

WAB: oproepkrachten en min-maxers in 2020

Voor u als werkgever met oproepkrachten of werknemers met een min-max contract komen er in 2020 een aantal regels die grote gevolgen gaan hebben. We zullen deze puntsgewijs doornemen:

Aanbod voor vaste uren

Als een contract met een oproepkracht 12 maanden heeft geduurd, bent u verplicht om de oproepkracht schriftelijk (of elektronisch) een contract met vaste uren aan te bieden. De aangeboden uren moeten minimaal het gemiddeld aantal uren zijn van de afgelopen 12 maanden. U kunt dan een gemiddeld aantal uren aanbieden per week, per maand, maar ook per jaar.

Dit aanbod moet gedaan worden binnen één maand na afloop van de periode van 12 maanden. De werknemer is niet verplicht om dit aanbod aan te nemen. Er zijn ook veel werknemers die graag de flexibiliteit en vrijheid van een oproepcontract willen behouden. U kunt dus 2 arbeidsovereenkomsten aanbieden: een overeenkomst gebaseerd op de gemiddelde uren van de afgelopen 12 maanden en bijvoorbeeld de huidige oproepovereenkomst. Hierbij is wel van belang dat er geen druk wordt uitgeoefend om te kiezen voor de nulurenovereenkomst.

Let op! Als de werknemer kiest voor de oproepovereenkomst, dan moet u wel elke 12 maanden de werknemer een aanbod voor vaste uren aanbieden.

Let op! Heeft u op 1 januari 2020 al oproepkrachten die langer dan 12 maanden in dienst zijn, dan moet u vóór 1 februari 2020 aan deze werknemers een aanbod met vaste uren doen.

Oproepen van de werknemer

Vanaf 2020 wordt het verplicht om oproepkrachten minstens 4 dagen van te voren op te roepen. Dit kan elektronisch of schriftelijk worden gedaan.
Roept een werkgever een oproepkracht te laat op, dan is de werknemer niet verplicht te komen werken. 

Als de werkgever een oproep binnen 4 dagen afzegt, heeft de oproepwerknemer recht op loon over de uren waarop hij was opgeroepen.

Het is mogelijk dat er per cao wordt afgeweken van deze termijn van 4 dagen. 

Aantal contracten: terug naar 3 x 3

U mocht in 2019 maximaal 3 contracten van bepaalde tijd binnen 2 jaar aan een werknemer aanbieden. Vanaf 2020 is dat maximaal 3 contracten in 3 jaar.
Per saldo komt het er dan op neer dat u voor werknemers die vanaf 2018 in dienst zijn gekomen maximaal 3 contracten in 3 jaar kunt geven. 

Veel werkgevers gaven in 2019 contracten van 7,8 en 8 maanden. Als u binnenkort dit laatste contract zou gaan aanbieden, dan kunt u er ook voor kiezen om dan nog een contract van 21 maanden aan te bieden. (7+8+21 = 36 maanden).

Let op: als er in een cao een artikel is opgenomen met daarin afwijkende afspraken, dan is de tekst vanuit de cao leidend. Voor de werkgevers die vallen onder een cao, zou het dus kunnen dat de oude regels nog gelden omdat deze in de cao staan vermeld.

Hogere premies voor oproepkrachten

De wet Arbeidsmarkt in Balans wil stimuleren om werknemers in vaste dienst te nemen met vaste uren. Om dit voor elkaar te krijgen is er vanaf 2020 een hoge en een lage ww premie. De hoge ww premie is 5% hoger dan de lage ww premie. 

Heeft u veel oproepkrachten in dienst, dan zullen de kosten van de ww premie stijgen. Hoeveel deze stijgt in uw sector kunt u lezen op in ons artikel: Verschil WW-premie tussen 2019 en 2020.

Heeft u oproepkrachten al langere tijd in dienst die best regelmatig werken, dan kan het voordelig zijn om deze werknemers een contract voor onbepaalde tijd te geven met vaste uren. Zolang deze werknemers maar niet meer dan 30% van hun contracturen extra werken valt u nog onder de lage premie. 

Als de werkuren afhankelijk van de seizoenen zijn, maar per seizoen ongeveer gelijk dan is het wellicht ook mogelijk om toch onder de lage premie te vallen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen als een werknemer jaarlijks in de periode van september t/m maart 50 uur per maand werkt en van april t/m augustus 100 uur per maand. Wilt u hier meer over weten, dan kunt u altijd contact met ons opnemen.

Transitievergoeding

Niet specifiek voor oproepkrachten, maar wel een verandering die van invloed is op uw loonkosten, is de wijziging in de transitievergoeding. Als u nu als werkgever het dienstverband met een werknemer beëindigt, dan hoeft u hem geen transitievergoeding te betalen als hij nog geen twee jaar in dienst is. Dit gaat veranderen. Vanaf 1 januari 2020 heeft een werknemer al vanaf zijn eerste werkdag recht op een transitievergoeding bij het beëindigen van het dienstverband op initiatief van de werkgever.

U bent dus vanaf 1 januari 2020 altijd verplicht een transitievergoeding te betalen in de volgende gevallen:

  • u ontslaat een werknemer in de proeftijd
  • u biedt een werknemer met een contract voor bepaalde tijd geen nieuw (vergelijkbaar) contract aan.
  • u ontslaat een werknemer (met goedkeuring van het UWV)

Voor werknemers die zelf de arbeidsovereenkomst opzeggen of een nieuwe arbeidsovereenkomst niet accepteren hoeft u geen transitievergoeding te betalen.

Daar staat tegenover dat u mogelijk een lagere transitievergoeding gaat betalen. Vanaf 2020 betaalt u voor elk jaar dienstverband 1/3 bruto maandsalaris.

Wilt u meer weten naar aanleiding van dit artikel?

Neem contact met ons op en wij vertellen u graag meer.